Lokale diensteneconomie

Wat is lokale diensteneconomie?

De lokale diensteneconomie telt sociale en publieke ondernemingen met een tweeledige opdracht. Zij schakelt kansengroepen in op de arbeidsmarkt en ontwikkelt tevens een maatschappelijke dienstverlening die inspeelt op nieuwe of onvoldoende ingevulde lokale behoeften. Bij vzw IN-Z neemt dat al ruim twintig jaar de vorm aan van sociale tewerkstelling in een laagdrempelig aanbod van thuiszorg. Van meer recente datum is een reeks activiteiten in het domein kind en vrije tijd,al dan niet gelinkt aan armoedebestrijding bij jonge gezinnen. En intussen bouwen we aan een aanbod van sociaal en toegankelijk toerisme. 

Lokale diensten kwamen op in de jaren '90 onder impuls van lokale besturen, vakbonden en samenlevingsopbouw.  Zij groepeerden zich aanvankelijk rond de noemer van buurt- en nabijheidsdiensten en konden bestaansrecht afdingen bij hogere overheden naarmate ze meer gebruikers telden en meer mensen er werk in vonden.  

Op de achtergrond van deze ontwikkeling figureerde ook het Europese Witboek van commissievoorzitter Jacques Delors over 'Groei, competiviteit en werkgelenheid' (1993). Delors brak een lans voor nieuwe arbeidsvormen in functie van sociale behoeften. Nieuwe sociale werkgevers zouden zich richten op zorgbehoevende ouderen, kinderen met opvangnoden, jongeren met schoolachterstand, maar ook op woon- en leefomgevingen, cultuurparticipatie en leefmilieu. Het witboek introduceerde ook de term services de proximité - oftewel nabijheidsdiensten. 

De geschiedenis van de lokale diensteneconomie wordt breder geschetst in het boek 'Lokale diensteneconomie. De sector en het nieuwe decreet'. 

Sociale economie

De lokale diensten vormen samen met de maatwerkbedrijven de basis van de sociale economie in Vlaanderen. Waar de maatwerkbedrijven - de voormalige beschutte en sociale werkplaatsen - een opening vinden naar rendabele activiteiten op de markt, omvatten lokale diensten aanvullende activiteiten met een oogmerk van algemeen belang en geïnitieerd vanuit de overheid.  Maar maatwerkbedrijven en lokale diensten werken ook aan de arbeidszijde voor een andere doelgroep.

Lokale diensten mikten van bij hun ontstaan op een groep van kortgeschoolde en langdurig werkzoekenden waarvoor op dat ogenblik geen aanbod was.  Anders dan de maatwerkbedrijven, die een beschermde werkplaats aanbieden, mikken lokale diensten niet zozeer op personen die wegens handicap of psychosociale problemen moeilijk aan de salg geraken. Zij richten zich veeleer op kortgeschoolde en langdurige werkzoekenden die moeilijk werk vinden omdat de arbeidsmarkt zich verder van hen heeft verwijderd, d.w.z. teveel competitieve eisen stelt naar scholing, ervaring en inzetbaarheid.   

De oorspronkelijke buurt- en nabijheidsdiensten bleken met die groep wel succes te boeken in de context van maatschappelijk zinvolle activiteiten. Zij waren ook de eerste werkvorm die de activering van personen uit deze doelgroep combineerde met een volwaardig arbeidscontract.  

De sector lokale diensteneconomie wordt vertegenwoordigd door de Koepel LDE. Zij zetelt onder meer in de Commissie Sociale Economie van de SERV (Sociaal Economische Raad van Vlaanderen). 

Niches in de lokale diensteneconomie

Lokale diensten vertrekken van eenvoudige taken die niet meer, onvoldoende of nog niet door onze economie worden opgenomen, maar die wel tegemoet komen aan groeiende lokale behoeften. Bij vzw IN-Z gaat het onder meer over 

  • seniorenoppas in de vorm van gezelschap en toezicht, gericht op vereenzaming, groeiende zorgafhankelijkheid of het waardige levenseinde in de eigen woonomgeving
  • bewonersassistentie in het rustoord, ter ondersteuning van het verzorgende personeel en gericht op levenskwaliteit 
  • begeleiding bij collectief vervoer naar en van het dagverzorgingscentrum, ter ondersteuning van de chauffeur, om te waken voor rust en veiligheid in het busje 
  • voorschoolse klasjes, vanuit ontmoeting en spel, voor ouders en peuters uit maatschappelijk kwetsbare gezinnen
  • extra hulp in de buitenschoolse kinderopvang, om een zetje te geven aan de zinvolle vrijetijdsbesteding van kinderen
  • brede scholen, waar brugfiguren instaan voor zinvolle vrije tijd maar ook drempels verlagen tussen ouders, scholen en welzijnsdiensten
  • taalstimulering vanuit spel en zang, gericht op kansen en integratie voor kleuters en jonge leerlingen 
  • het openhouden van een spelotheek, om kinderen uit alle alle gezinnen zinvol spelmateriaal te kunnen bieden
  • de balie verzorgen van een streekmuseum, ter ondersteuning van het lokale toerisme

Langs die weg creëert de lokale diensteneconomie niches die een extra en broodnodige laag vormen tussen vrijwillige inzet en professionele dienstverlening. Ongecompliceerde versterking van het sociale weefsel gaan er hand in hand met structurele aanwezigheid. Dat maakt dat onze diensten toegankelijk zijn, berusten in kwaliteitsvolle menselijke relaties én continuïteit bieden. 

Samenwerking en financiering

Lokale diensten zijn gedeeltelijk gefinancierd door de Vlaamse overheid.  De overige inkomsten komen van klanten en van lokale besturen. Lokale besturen dragen bij om de gebruikersbijdrage betaalbaar te houden of om een bepaalde dienst gratis aan te bieden.  IN-Z werkt dan ook heel vaak samen met steden, gemeenten en OCMW's.

Met de lokale diensteneconomie zijn we actief in Limburg, Vlaams-Brabant en sinds kort ook in Antwerpen. Sommige van onze diensten spelen in op zeer specifieke lokale noden en die tref je dan ook niet in ons hele werkgebied aan. Andere diensten organiseren we bovenlokaal en zelfs op grote schaal. Toch spelen ook daar invloeden van lokale netwerken een betekenisvolle rol. IN-Z beschikt niet over een gestandaardiseerd aanbod, elke dienst wordt afgestemd op de lokale situatie, op maat. 

Doorstroombegeleiding

Meer en meer vraagt de samenleving dat werknemers uit de sociale economie doorstromen naar reguliere arbeidsplaatsen. Een nieuw decreet voor de lokale diensteneconomie, dat in april 2015 in voege trad, veronderstelt dat dit voor de meeste werknemers na een periode van vijf jaar haalbaar is.  

Voor het concrete uitvoering van de plannen was het nog even wachten. Er werden organisaties aangesteld wiens taak het is om doelgroepwerknemers bij hun overgang naar een reguliere job te begeleiden. Sinds februari 2017 is ook vzw IN-Z, na advies van VDAB, aangeduid als gemandateerde doorstroombegeleider.